Afwikkeling echtscheiding met huwelijkse voorwaarden: verevening pensioen ook over voorhuwelijkse periode
Geschil tussen man en vrouw na echtscheiding over vermogensafwikkeling. Voor wat betreft pensioen is in de huwelijkse voorwaarden bepaald dat verrekening en/of verevening plaatsvindt van de waarde van aanspraken op al of niet ingegaan pensioen, voor zover opgebouwd vóór het huwelijk en gedurende het huwelijk. Partijen hebben in hun huwelijkse voorwaarden geen expliciete afspraken gemaakt anders dan de afspraak genoemd in artikel 15 van de huwelijkse voorwaarden waaruit volgt dat er verrekening en/of verevening moet plaatsvinden. Het hof volgt daarom het uitgangspunt dat de Wet verevening pensioenrechten na scheiding (Wvps) van toepassing is op scheidingen, tenzij echtgenoten de toepasselijkheid ervan hebben uitgesloten (art. 2 lid 1 Wvps). Ingeval partijen toepassing van de Wvps hebben willen uitsluiten moet dit uit de bewoordingen van de huwelijkse voorwaarden blijken. Aangezien partijen in hun huwelijkse voorwaarden niet voor uitsluiting van de Wvps hebben gekozen, is het hof van oordeel dat verevening volgens deze wet moet plaatsvinden. Partijen zijn het erover eens dat zij op 16 januari 1978 zijn gaan samenwonen. Het hof zal daarom bepalen dat partijen de door hen beiden sinds die datum tot de datum van ontbinding van het huwelijk, in 2019, opgebouwde pensioenrechten moeten verevenen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 13-07-2021