Bezwaar Arubaanse ambtenaar tegen pensioeninkoopbeschikking ongegrond
Arubaanse zaak. Ambtenaar protesteert tegen beschikking waarin haar inkoop van pensioenrechten bij het Algemeen Pensioenfonds Aruba is geregeld. Volgens haar is de periode waarover de inkoop van pensioenrechten mogelijk is gemaakt te kort. Het Gerecht heeft overwogen dat een beslissing omtrent het inkopen van pensioenrechten door een ambtenaar aan de Gouverneur als bevoegd gezag is voorbehouden. De beschikking was onbevoegd genomen en diende daarom vernietigd te worden. In dit geding is primair de vraag aan de orde of de beschikking terecht is genomen door appellant en – voorafgaand – of de beschikking kan worden aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beslissing. Waar appellant is aangewezen om namens het Land als werkgever op te treden, kan hij tevens worden aangemerkt als administratief orgaan dat bevoegd is jegens een ambtenaar als geïntimeerde een beslissing te nemen als hier in de beschikking aan de orde. De aangevallen uitspraak, waarbij appellant niet bevoegd is geacht, moet dus worden vernietigd. Geïntimeerde kan zich vinden in de beslissing betreffende de periode van 2012 tot 2015, de enige periode die door het meergenoemde stelsel van wettelijke voorschriften en van afspraken tussen de overheid en vakbonden wordt bestreken. Er is geen grond voor terugwijzing van de zaak naar het Gerecht. De Raad kan de zaak zelf afdoen: het bezwaar is ongegrond. De Raad merkt ten overvloede op dat er geen uitspraak van het Gerecht voorligt die betrekking heeft op een bezwaarschrift tegen het landsbesluit van 3 februari 2015 zodat er van de door de gemachtigde van geïntimeerde gevraagde daarmee gevoegde behandeling geen sprake kan zijn. De slotsom is dat bij de aangevallen uitspraak het bezwaar ten onrechte gegrond is verklaard. De uitspraak moet in zoverre worden vernietigd en het bezwaar moet alsnog ongegrond worden verklaard.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 08-09-2021