Hof wijst vordering van weduwe tot afstorting bij pensioenverzekeraar af
Weduwe [appellante] vordert afstorting van haar bij Beheer B.V. ondergebracht pensioen bij externe verzekeraar. Hof wijst de vordering af, mede op grond van uitleg van de pensioenbrief. In artikel 6 van de pensioenbrief, die geldt als een overeenkomst tussen partijen, is bepaald dat de uitvoering van de pensioenregeling aan [X] Beheer is. Blijkens artikel 9 van de pensioenbrief is er rekening mee gehouden dat op enig moment de middelen van [X] Beheer ontoereikend zouden kunnen zijn voor onverkorte uitkering van de pensioenen. Overeengekomen is dat in dat geval de pensioenen in overleg met de pensioengerechtigden konden worden verlaagd in overeenstemming met de stand der middelen van [X] Beheer. Per e-mail van 26 januari 2018 heeft [X] Beheer aan appellante bericht dat zij niet langer beschikte over financiële middelen en dat het pensioen verlaagd moest worden tot nihil. Veronderstellenderwijs aangenomen dat die situatie zich thans inderdaad voordoet, en daargelaten of thans enig pensioenvermogen resteert, vormt die door partijen destijds uitdrukkelijk voorziene situatie derhalve thans evenmin grond voor afwijking van wat destijds in de pensioenbrief is overeengekomen.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16-02-2021