Naar boven ↑

PR Updates biedt actuele rechtspraak over het pensioenrecht. De samenvattingen worden wekelijks bijgewerkt en voorzien van links naar rechtspraak.nl. Met de gratis maandelijkse nieuwsbrief blijft u volledig op de hoogte. Met een abonnement kunt u alle samenvattingen doorzoeken en lezen op PR Updates.

873 resultaten

Rechtspraak

PR 2022-0001

Geen bestuurdersaansprakelijkheid: bestuurder wordt geacht melding betalingsonmacht bedrijfstakpensioenfonds te hebben gedaan

Geschil over de vraag of bestuurder aansprakelijk was voor achterstallige pensioenpremies die niet betaald waren aan het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn. Relevant is of de feiten en omstandigheden maken dat er tijdig melding is gedaan van betalingsonmacht. Kantonrechter en hof oordelen dat bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de achterstallige pensioenpremies. De Hoge Raad komt tot een ander oordeel. Hij overweegt dat de melding van betalingsonmacht moet inhouden dat niet kan worden betaald, en inzicht moet geven in de omstandigheden die daartoe hebben geleid. De verstrekte informatie moet zodanig zijn dat het bedrijfstakpensioenfonds in staat is om zich op basis daarvan een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht en zich te beraden op de opstelling die het ten aanzien van de rechtspersoon zal innemen. Vervolgens is het aan het bedrijfstakpensioenfonds om te beoordelen of nog meer informatie nodig is. Het oordeel van het hof komt erop neer dat de bij PFZW aanwezige wetenschap omtrent de moeilijke financiële omstandigheden van A, niet eraan in de weg stond dat A een melding van betalingsonmacht moest doen. Dit oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het berust op een miskenning van hetgeen hiervoor is overwogen. Indien het hof dat niet heeft miskend, is het bedoelde oordeel zonder nadere toelichting niet begrijpelijk in het licht van de door de bestuurder aangevoerde omstandigheden, aldus de Hoge Raad.
Hoge Raad, 24-12-2021

Rechtspraak

PR 2021-0230

Kantonrechter verleent DAS vervangende toestemming voor compensatiebesluit indexatie na onthouden instemming OR

Geschil tussen OR en DAS over de indexatie van het tot 2017 bij ASR opgebouwd pensioen. Bij de overgang van ASR naar het Nederlandse pensioenfonds hebben DAS en de OR in december 2016 afspraken gemaakt, waarbij de OR instemmingsrecht heeft op het eventuele besluit van de ondernemer om het gesepareerde beleggingsdepot met ingang van 1 januari 2019 te wijzigen, aan te passen of op te heffen. In 2018 heeft de OR instemming verleend met de beëindiging van de winstdelingsregeling van het GB depot per 1 januari 2019 met inachtneming van afspraken vastgelegd in een convenant. Daarin is onder meer afgesproken dat partijen zoeken naar een passende oplossing waarbij als uitgangspunt geldt een redelijk indexatieperspectief, mits betaalbaar. In 2019 heeft DAS de OR om instemming gevraagd met een compensatiebesluit. De OR heeft geen instemming verleend. In 2020 heeft DAS het besluit genomen. De OR heeft de nietigheid van het besluit ingeroepen. De rechtbank oordeelt dat het besluit nietig is maar verleent DAS vervangende toestemming. Overwogen wordt dat niet vaststaat, en het zelfs bij de huidige rentestand en marktontwikkelingen onwaarschijnlijk is, dat er na 2019 enige overrente uit het GB-depot zou zijn voortgekomen indien dit niet was beëindigd. Daarnaast wordt overwogen dat voldoende is komen vast te staan dat bij voortzetting van het depot, DAS per jaar een bedrag van circa € 500.000 zou hebben moeten bijstorten. De nu voorgelegde financiële maatregelen – zo is niet inhoudelijk gemotiveerd betwist – kosten DAS rond € 900.000 per jaar, voor de eerstkomende vijftien jaar. DAS betaalt derhalve niet minder dan het bedrag dat zij anders bij voortzetting, jaarlijks aan het depot had dienen bij te dragen. Meespeelt ook dat het (extra) bedrag van € 400.000 zeker aan indexatie kan worden besteed, terwijl het ontstaan van een overrente bij voortzetting van het GB-depot, allerminst zeker is. De rechtbank meent dat het onredelijk is dat de OR instemming onthoudt.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15-10-2021