Naar boven ↑

PR Updates biedt actuele rechtspraak over het pensioenrecht. De samenvattingen worden wekelijks bijgewerkt en voorzien van links naar rechtspraak.nl. Met de gratis maandelijkse nieuwsbrief blijft u volledig op de hoogte. Met een abonnement kunt u alle samenvattingen doorzoeken en lezen op PR Updates.

548 resultaten

Rechtspraak

PR 2020-0090

Afwikkeling pensioen na scheiding DGA en faillissement bv

Geschil over de afwikkeling van pensioen na scheiding en het faillissement van de bv van een DGA. Rechtbank neemt grotendeels conclusies en berekeningen over van benoemde deskundige ten aanzien van opgebouwd ouderdomspensioen, overbruggingspensioen en bijzonder partnerpensioen. Geen bijstortingsverplichting bv in verband met faillissement. Het louter opnemen van een voorziening in de jaarrekening van gedaagde sub 2 leidt niet tot het ontstaan van een verplichting jegens BV 2. De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige met betrekking tot de garantiestelling door gedaagde sub 2 niet over. Eiseres en gedaagde zijn concurrente schuldeisers: beiden hebben jegens BV 2 een vordering ter zake van door hen opgebouwd pensioen. Nu er sprake is van een dekkingstekort dienen zij naar rato van hun aanspraken te delen in dat tekort. De rechtbank sluit zich aan bij het oordeel van de deskundige dat afstorting van de thans reeds verstreken termijnen niet aan de orde is. Dat betekent dat het aan eiseres toekomende OP en TOP tot het moment van daadwerkelijke afstorting alsnog aan haar moet worden uitgekeerd. Tot het saldo van de beschikbare middelen (liquide middelen en effecten) per 1 mei 2019 dat resteert binnen BV 2 na voldoening van de achterstallige termijnen ter zake van OP en TOP vermeerderd met de wettelijke rente over de verschenen termijnen telkens vanaf de respectievelijke vervaldagen zijn eiseres en gedaagde naar rato van hun aanspraken gerechtigd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-04-2019

Rechtspraak

PR 2020-0077

Werkgever verplicht tot betaling aanvullende premies na einde uitvoeringsovereenkomst

Geschil over omvang betalingsverplichting nadat de uitvoeringsovereenkomst tussen Achmea en Vion N.V. is geëindigd. Achmea eist betaling van € 173.302,89 aan aanvullende premies van Vion ICT en Vion N.V. In de uitvoeringsovereenkomst (looptijd 2014-2015) staat dat er een aanvullende premie aan Interpolis verschuldigd is van €9.999 indien de uitvoeringsovereenkomst door opzegging door de werkgever eindigt voor 31 december 2018. Vion heeft niet verlengd, dus niet opgezegd. Het hof oordeelt dat uit de uitvoeringsovereenkomst in onderlinge samenhang bezien duidelijk blijkt dat het de bedoeling van partijen was dat Vion na 31 december 2018 niet meer de aanvullende premie hoefde te betalen wanneer zij dan nog steeds een uitvoeringsovereenkomst had met Achmea en dat, hoe eerder die uitvoeringsovereenkomst zou eindigen, hoe hoger het bedrag zou zijn dat zij aan aanvullende premie zou moeten voldoen. Deze bedoeling volgt ook uit de tekst van de offerte van november 2013. Vion mocht redelijkerwijs niet verwachten dat Achmea geen aanspraak zou maken op de aanvullende premies wegens een dekkingsgraadtekort. Uit de offerte blijkt duidelijk dat het de bedoeling was van Achmea dat zij aanvullende premies in rekening zou brengen wanneer Vion binnen 5 jaar voor een andere pensioenverzekeraar zou kiezen. Ook blijkt uit de offerte duidelijk dat het gaat om premies uit het verleden. De jaartallen worden genoemd en er wordt vermeld dat het gaat om aanvullende premies voor SPS. In de offerte is daarover vermeld dat Vion een evenredig aandeel heeft in € 730.103,58.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 14-04-2020