Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

1.906 resultaten

Rechtspraak

PR 2022-0201

Pensioenschade aannemelijk doordat werkgever werknemer niet heeft aangemeld bij verzekeraar.

Appellant is bij geïntimeerde in dienst geweest. Volgens appellant had hij bij indiensttreding moeten worden aangemeld bij ASR in verband met een pensioenregeling die geïntimeerde bij ASR heeft voor haar werknemers. Het gaat in deze zaak om de vraag of dat had gemoeten en of het aannemelijk is dat appellant schade lijdt doordat dit niet is gebeurd. Het hof oordeelt dat er een pensioenovereenkomst was en dat de werkgever ten onrechte de werknemer niet heeft aangemeld. Appellant had pensioenaanspraken kunnen verwerven. Op grond van het door geïntimeerde in deze procedure in het geding gebrachte pensioenreglement van 1 december 2012 heeft appellant geen recht op premievrije voortzetting omdat zijn arbeidsovereenkomst is geëindigd voordat hij een IVA-uitkering ontving, maar wanneer het pensioenreglement op dit onderdeel is aangepast en die aangepaste versie geldt, dan heeft appellant wel recht op premievrije voortzetting. Het hof is van oordeel dat partijen hierover nadere informatie moeten inwinnen bij ASR en het hof hierover moeten informeren. Het hof acht voldoende aannemelijk dat appellant schade heeft geleden en dat de schade in causaal verband staat met de tekortkoming van geïntimeerde (het niet aanmelden van appellant bij ASR). Of appellant nog steeds schade lijdt, is afhankelijk van de vraag of hij recht had op premievrije deelneming.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 01-11-2022

Rechtspraak

PR 2022-0199

Pensioenovereenkomst collectief wijzigbaar wegens goed werknemerschap maar niet volgens onaanvaardbaarheidsmaatstaf.

Geschil over introductie van een werknemersbijdrage voor de pensioenregeling van een groep werknemers. Het hof oordeelde bij gebrek aan een eenzijdig wijzigingsbeding dat de inkomensachteruitgang van werknemers zodanig was dat hun weigering om dat te aanvaarden niet onaanvaardbaar was. De Hoge Raad oordeelt dat een collectieve wijziging van de pensioenpremie getoetst kan worden aan de criteria van Stoof/Mammoet voor goed werknemerschap (art. 7:611 BW). Deze beoordelingsmaatstaf geldt voor alle voorstellen tot wijziging van arbeidsvoorwaarden, ongeacht of deze (overwegend) individueel of collectief van aard zijn. In zijn arrest Stoof/Mammoet heeft de Hoge Raad geoordeeld dat geen grond bestaat aan te nemen dat de werknemer slechts dan in strijd handelt met de verplichting zich in de arbeidsverhouding als goed werknemer redelijk op te stellen tegenover een, met gewijzigde omstandigheden op het werk verband houdend redelijk voorstel van de werkgever, indien afwijzing van het – redelijke – voorstel van de werkgever door de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Waar het hof heeft beoordeeld of de verwerping door werknemers van de nieuwe pensioenregeling onaanvaardbaar is, heeft het dus niet de juiste maatstaf aangelegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst het geding.
Hoge Raad, 25-11-2022

Rechtspraak

PR 2022-0195

Dwangakkoord opgelegd ondanks weigering instemming Bpf Beroepsvervoer.

Verzoekers bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Zij hebben een voorstel gedaan aan hun schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, hebben de heer en mevrouw [verzoekers01] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. Het voorstel dat de heer en mevrouw [verzoekers01] aan hun schuldeisers hebben gedaan, is in de gegeven omstandigheden het maximaal haalbare. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Bij de vraag of een aangeboden akkoord dwingend kan worden opgelegd, dient de rechtbank een belangenafweging te maken tussen de belangen van de weigerende schuldeiser(s) en de belangen van zowel verzoeker(s) zelf als die van de overige schuldeiser(s). De rechtbank kan het dwangakkoord ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeisers het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. In dit geval is ook van belang dat de schuldeisers met een meerderheid van het aantal schulden (namelijk negen van de zestien schulden), die samen (ruim) 36,67% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, wél met de aangeboden regeling hebben ingestemd. De goedetrouwtoets zoals deze bij toelating tot de schuldsanering wordt toegepast, is in dit verband niet aan de orde.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 06-10-2022

Rechtspraak

PR 2022-0193

Herstel arbeidsovereenkomst metrobestuurder na ontbinding.

Het hof ziet aanleiding de arbeidsovereenkomst van een metrobestuurder met GVB te (doen) herstellen per 1 november 2018. De arbeidsovereenkomst is per die datum ten onrechte ontbonden. De praktische bezwaren van GVB tegen deze hersteldatum wegen niet op tegen het redelijke belang van werknemer (verzoeker) om financieel gezien zo veel als redelijkerwijs mogelijk in een positie te komen alsof de ontbinding niet heeft plaatsgevonden. Verzoeker heeft recht op betaling van loon, met de daarover van toepassing zijnde cao- verhogingen en emolumenten, en op de afdracht van pensioenpremies, een en ander te berekenen vanaf 1 november 2018. Het hof zal met het loon dat verzoeker van Securitas heeft genoten wel rekening houden door te bepalen dat dit loon in mindering strekt op wat GVB aan hem dient te betalen. Over dit loon c.a. is geen wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd, omdat de betalingsverplichting van GVB pas na herstel van de arbeidsovereenkomst ontstaat. Er is dus nog geen sprake van een vertraging in de betaling van loon in de zin van artikel 7:625 lid 1 BW en ook nog geen verzuim in de zin van artikel 6:119 BW. Verzoeker wordt zo veel als redelijkerwijs mogelijk qua inkomen in de positie gebracht alsof hij nooit uit dienst is geweest. Passend is dat verzoeker de aan hem uitgekeerde transitievergoeding moet terugbetalen, in die zin dat die vergoeding bruto in mindering wordt gebracht op wat verzoeker nog bruto van GVB dient te ontvangen. Het verzoek tot werkhervatting wordt toegewezen.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 11-10-2022

Rechtspraak

PR 2022-0192

Afwikkeling vermogensbestanddelen na echtscheiding. Pensioen is opgebouwd voor huwelijk, valt niet in gemeenschap en komt niet voor verevening in aanmerking.

Geschil over afwikkeling vermogensbestanddelen na echtscheiding. Het primaire verzoek van de man in het principaal hoger beroep, dat is gebaseerd op een tussen partijen gesloten overeenkomst, zal worden afgewezen. Voor zover de man namens X BV een verzoek heeft ingediend zal hij daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. De aanspraak van de vrouw uit hoofde van haar aandeel in de stamrechtuitkering dient te worden verminderd met daarover te heffen belasting en de vrouw dient aan de man een bedrag van € 10.703,50 te voldoen. Nu partijen ervan uitgaan dat de uitkering aan de vrouw kan worden verrekend met het aandeel van de vrouw in de schuld van de gemeenschap aan X BV, zal het hof daarbij aansluiten met dien verstande dat de man dan jegens de vrouw is gehouden de schuld van de gemeenschap aan X BV over te nemen en geheel voor zijn rekening te nemen zonder regres. Het door de vrouw in Engeland opgebouwde pensioen valt onder de werking van de Wvps en is opgebouwd voorafgaande aan het huwelijk. Dat pensioen valt niet in de gemeenschap en komt niet voor verevening in aanmerking. Hetzelfde geldt dan voor het daar op behaalde rendement tijdens het huwelijk. Het verzoek van de vrouw betreffende de Opbouwspaarrekening is met een wijze van afwikkeling die beide partijen zullen volgen opgelost. De verdeling van de Aegon polis zal worden toegewezen als verzocht.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 04-10-2022