Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

1.820 resultaten

Rechtspraak

PR 2022-0119

Raad oordeelt dat verzoek om registratie als ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst terecht niet-ontvankelijk is verklaard

Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht een door appellant gemaakt bezwaar tegen de – door appellant gestelde – weigering van de Stichting APFA om, ter uitvoering van een jegens appellant genomen benoemingsbesluit van 23 mei 2001 (Landsbesluit 1) en een benoemingsbesluit van 20 november 2003 (Landsbesluit 2), appellant te registreren als ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst met ingang van 1 oktober 2000, niet-ontvankelijk verklaard. De Raad van beroep in ambtenarenzaken oordeelt dat het niet-ontvankelijk verklaard verzoek om registratie als ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst terecht is. Vast staat dat appellant niet beschikte over de vereiste schriftelijke aanstelling. Bovendien is het pensioenfonds – de Stichting APFA – een bij de Landsverordening privatisering in het leven geroepen privaatrechtelijk lichaam. Dat is in het algemeen niet aan te merken als administratief orgaan. De artikelen 6 en 7 van die landsverordening leiden er evenmin toe dat de Stichting APFA voor het onderhavige geding – bij uitzondering – moet worden aangemerkt als administratief orgaan. De afwijzing door het pensioenfonds (de Stichting APFA) voldoet niet aan de vereisten van artikel 35 van de La.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 04-05-2022

Rechtspraak

PR 2022-0117

Eiswijziging bij memorie van grieven over pensioenverevening niet verschenen geïntimeerde wordt door hof uitgesloten

Kern van de zaak is de vraag welk bedrag appellant maandelijks aan geïntimeerde moet betalen op grond van een afspraak met betrekking tot de verrekening van door appellant opgebouwde pensioenrechten, welke afspraak partijen hebben opgenomen in een echtscheidingsconvenant dat zij op 10 mei 1993 zijn aangegaan. Appellant heeft ter uitvoering van het beding in het echtscheidingsconvenant € 310 per maand betaald. De rechtbank heeft appellant veroordeeld tot betaling van € 371,88 per maand. Op vordering van appellant in reconventie heeft de rechtbank beslist dat appellant een door het pensioenfonds ABP doorgevoerde korting op zijn pensioenaanspraken, naar rato mag toepassen op het door hem aan geïntimeerde te betalen deel van zijn ouderdomspensioen. Deze beslissing en hetgeen de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd, valt buiten het bestek van het hoger beroep, aangezien dit uitsluitend betrekking heeft op het vonnis in conventie. Geïntimeerde is niet verschenen in het hoger beroep. De eiswijziging bij memorie van grieven is niet tijdig bij exploot aan geïntimeerde kenbaar gemaakt en daarom uitgesloten. Bij memorie van grieven aangedragen gronden strekken tot toewijzing van de niet toelaatbaar geoordeelde gewijzigde eis en zijn daarmee zodanig verknoopt, dat niet behoorlijk naar voren is gebracht waarom het bestreden vonnis zou moeten worden vernietigd anders dan in verband met en omwille van de toewijzing van die gewijzigde eis. Gronden voor vernietiging van het bestreden vonnis zijn zonder eigenmachtige destillatie door het hof niet voldoende kenbaar.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10-05-2022