Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 9, editie 3. Daarin vindt u een overzicht van 27 in maart 2026 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Verplichtstelling niet van toepassing bij gekozen Luxemburgs recht en ontbreken hoger pensioenniveau verplichtstelling dan Luxemburgs pensioen, PR 2026-0095
Na terugverwijzing door de Hoge Raad beslecht het Hof Den Haag het geschil over de vraag of ondanks gekozen Luxemburgs recht en Luxemburgs pensioen de verplichtstelling van VLEP van toepassing is. Het hof oordeelt dat verplichtstellingsbesluiten niet tot de harde kern behoren en dus niet als voorrangsregel in de zin van artikel 9 Rome-I kunnen worden aangemerkt. Het hof onderzoekt vervolgens of het Nederlandse pensioenrecht een hoger beschermingsniveau biedt aan de Presta Meat-werknemers dan het Luxemburgse recht, zoals vereist onder artikel 8 Rome-I. Samengevat stelt het hof dat de pensioenopbouw in Luxemburg bij CNAP hoger is dan in Nederland bij VLEP voor de Presta Meat-werknemers. De verplichtstelling hoeft niet te worden toegepast op de werkgever (ECLI:NL:GHDHA:2026:155).
Spreidingstermijn tien jaar geen leeftijdsdiscriminatie werkgever en pensioenfonds, PR 2026-0120
Een van de eerste zaken over discriminatie wegens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel van de Wet toekomst pensioenen belandde bij het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Het CRM werd door een vereniging van gepensioneerden verzocht om te oordelen dat de spreidingstermijn van tien jaar bij ABN AMRO en het pensioenfonds verboden leeftijdsonderscheid opleverde. Het CRM oordeelt dat er sprake is van indirect leeftijdsonderscheid omdat het hanteren van een spreidingstermijn van tien jaar over het algemeen betekent dat ouderen minder krijgen uit het overschot. Dat onderscheid is objectief gerechtvaardigd. Het College toetst terughoudend omdat het beleid dat dit onderscheid maakt tot stand is gekomen door sociale partners. Zij hebben een ruime beoordelingsmarge wat betreft het nemen van de beslissing over welke doelen zij nastreven en hoe ze dat doen. Met inachtneming van deze toets is er een goede reden voor het indirecte onderscheid, namelijk het bewerkstelligen van een evenwichtige verdeling van het pensioenvermogen onder de deelnemers in het kader van de transitie naar een nieuwe pensioenregeling. Het College acht de regeling passend en noodzakelijk omdat dit voornamelijk te maken heeft met de vaststelling dat geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de rechten van de ouderen of de gepensioneerden bij het hanteren van de spreidingstermijn van tien jaar (CRM 2026-34).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar klantenservice@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen daarvan. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen op verzoek van Ignite per 1 augustus 2025 ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Het hof heeft deze ontbinding in de tussenbeschikking terecht bevonden en geoordeeld dat verweerder in beginsel recht heeft op een billijke vergoeding omdat de verstoring van de arbeidsverhouding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Ignite. Daarnaast heeft het hof Ignite ter zake van de contractuele ontslagvergoeding de hiervoor genoemde bewijsopdracht gegeven en verdere beslissingen aangehouden. Het hof acht Ignite niet geslaagd in het tegenbewijs. Dit betekent dat het hof net als de kantonrechter oordeelt dat Ignite de contractuele ontslagvergoeding verschuldigd is aan verweerder. Wat betreft de billijke vergoeding oordeelt het hof dat Ignite een lager bedrag dient te betalen dan de kantonrechter heeft toegewezen. 02-03-2026
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Partijen zijn gehuwd na het maken van huwelijkse voorwaarden. Deze zaak na verwijzing gaat over de vraag of de wijzigingen van die huwelijkse voorwaarden in 2009 en in 2016 en de in dat verband in 2009 gesloten vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Tussen partijen is in geschil of de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden dient te geschieden volgens de eerste huwelijkse voorwaarden uit 1997 dan wel volgens de nadien gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de gesloten vaststellingsovereenkomst. De man mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de wil van de vrouw gericht was op de rechtsgevolgen van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de met de eerste wijziging verband houdende vaststellingsovereenkomst. De wijziging huwelijkse voorwaarden d.d. 3 maart 2009, de daarmee samenhangende vaststellingsovereenkomst, alsmede de wijziging huwelijkse voorwaarden d.d. 13 juni 2016 zijn nietig. De afwikkeling huwelijkse voorwaarden dient te geschieden conform de akte huwelijkse voorwaarden van 7 mei 1997. 26-02-2026
- Gerechtshof Amsterdam Geschil na scheiding gaat onder meer over de wijze waarop de pensioenverplichtingen moeten worden afgewikkeld. Dit is het eindarrest na twee deskundigenberichten. De man heeft in eigen beheer pensioenaanspraken opgebouwd. Hij wordt veroordeeld tot afstorting van een koopsom om ouderdoms- en weduwenpensioen voor vrouw te garanderen. Ook dient nog een verrekening van de waarde van een pand plaats te vinden. 17-02-2026
- Gerechtshof Den Haag Geschil over de vraag of ondanks gekozen Luxemburgs recht en Luxemburgs pensioen de verplichtstelling van VLEP van toepassing is. Het hof oordeelt dat verplichtstellingsbesluiten niet tot de harde kern behoren en dus niet als voorrangsregel in de zin van artikel 9 Rome-I kunnen worden aangemerkt. Het hof onderzoekt vervolgens of het Nederlandse pensioenrecht een hoger beschermingsniveau biedt aan de Presta Meat-werknemers dan het Luxemburgse recht, zoals vereist onder artikel 8 Rome-I. Samengevat stelt het hof dat de pensioenopbouw in Luxemburg bij CNAP hoger is dan in Nederland bij VLEP voor de Presta Meat-werknemers. De verplichtstelling hoeft niet te worden toegepast op de werkgever. 17-02-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Hof bepaalt dat arbeidsovereenkomst werknemer met ASS/ADHD eindigt, gelet op verstoorde arbeidsverhouding. Verstoring is veroorzaakt door de werkgever. Opzegverbod wordt in belang van werkneemster gepasseerd. Recht op billijke vergoeding en transitievergoeding (opgeteld € 280.000 bruto), rekening houdend met pensioenschade. 16-02-2026
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Arbeidsovereenkomst wordt op verzoek van werknemer ontbonden. Werkgever laat werknemer niet werken, betaalt geen loon, zet pensioenopbouw stop en is onbereikbaar. Handelen is ernstig verwijtbaar. Rechtbank kent een billijke vergoeding toe van € 10.000, vanwege grote financiële en psychische gevolgen voor werknemer en negeren van arbeidsrechtelijke regels. Handelen van werkgever ten opzichte van werknemer staat niet op zich. De billijke vergoeding moet ook zo’n hoogte hebben dat die werkgever afschrikt om in de toekomst op deze manier de arbeidsrechtelijke regels aan zijn laars te lappen. 27-03-2026
- Rechtbank Limburg Werkgever heeft, door af te zien van re-integratie in het eerste spoor, op zeer kwalijke manier voorgesorteerd op een einde van het dienstverband. Aan werknemer komt een billijke vergoeding toe vanwege ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. De afspraak in de arbeidsovereenkomst dat werknemer deelneemt aan een pensioenverzekering via werkgever en dat de nadere invulling hiervan nog tussen partijen zal worden besproken, wordt zo uitgelegd dat de werkgever verplicht is pensioenpremies te betalen aan de pensioenuitvoerder op straffe van een dwangsom. 16-03-2026
- Rechtbank Den Haag De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld onder verwijzing naar artikel 81 RO dat franchisenemers van Domino’s pizza onder de werkingssfeer vielen van Bpf Detailhandel. In deze procedure stellen de franchisenemers dat de Staat jegens werkgevers onrechtmatig heeft gehandeld wegens onrechtmatige rechtspraak van de Hoge Raad. De rechtbank wijst de vorderingen af. Zij oordeelt dat er geen schending is van de toepasselijke Köbler-aansprakelijkheidsnorm. 11-03-2026
- Rechtbank Gelderland Kinderdagverblijf heeft overeenkomst van opdracht met administrateur. Het kinderdagverblijf krijgt brieven van PFZW wegens niet (juist) aanleveren loongegevens. Nadat PFZW boetes oplegt, stelt het kinderdagverblijf de administrateur aansprakelijk. 27-02-2026
- Rechtbank Amsterdam Werknemer is op staande voet ontslagen. Rechtbank oordeelt dat dit niet rechtsgeldig is. Het is niet onverwijld gegeven. De rechtbank kent een billijke vergoeding toe. Werkgever moet nog pensioenpremie aan de pensioenuitvoerder afdragen. Andere pensioenschade is niet onderbouwd. 26-02-2026
- Rechtbank Amsterdam Werknemer is op staande voet ontslagen. Rechtbank oordeelt dat dit niet rechtsgeldig is. Het is niet onverwijld gegeven. De rechtbank kent een billijke vergoeding toe. Werkgever moet nog pensioenpremie aan de pensioenuitvoerder afdragen. Andere pensioenschade is niet onderbouwd. 26-02-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant De betrokken beroepsbeoefenaar werkt al sedert 2011 in hoedanig van werknemer als fysiotherapeut. Er geldt de verplichte beroepspensioenregeling voor Fysiotherapeuten. Pas na melding door het Pensioenfonds in 2020 komt aansluiting bij het fonds tot stand. In 2021 sluit de fysiotherapeut de vrijwillige verzekering voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, maar de beroepsgenoot was al sedert 2019 arbeidsongeschikt. Daarom bestaat geen recht op premievrijstelling omdat volgens het pensioenreglement de voorwaarde geldt dat betrokkene ‘was verzekerd voor premievrijstelling op het moment van beroepsarbeidsongeschikt worden’. 25-02-2026
- Rechtbank Noord-Holland Ontslagzaak. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Hij oordeelt dat de billijke vergoeding € 100.000 is, rekening houdend met een pensioenschade van € 30.000. 12-02-2026
- Rechtbank Rotterdam Echtscheiding en geschil daarover. Voor wat betreft pensioen heeft de man verzocht voor recht te verklaren dat geen pensioenverevening zal plaatsvinden omdat bij huwelijkse voorwaarden is overeengekomen dat geen pensioenverevening plaatsvindt. De rechtbank is bij afwikkeling van het huwelijksvermogensregime tot het oordeel gekomen dat partijen geen rechtsgeldige huwelijkse voorwaarden hebben gesloten. Niet is gebleken dat partijen de toepasselijkheid van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding op een andere wijze hebben uitgesloten. 10-02-2026
- Rechtbank Amsterdam In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding. De verzoeken van werknemer wijst de kantonrechter (deels) toe, waaronder een pensioenstorting. 27-01-2026
- Rechtbank Noord-Holland Geschil over de uitleg van de werkingssfeerbepaling. Werkgever die zich bezighoudt met begeleiding van personen met autisme op de arbeidsmarkt, is niet aan te merken als werkgever in de zin van de werkingssfeerbepaling van de cao Gehandicaptenzorg. De vaststelling van het PFZW dat Voorzet Arbeid niet onder het verplichtstellingsbesluit voor de bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn valt, ondersteunt de conclusie dat Voorzet Arbeid geen zorg- of jeugdhulpaanbieder in de zin van de cao GHZ is. 17-12-2025
- Rechtbank Den Haag Vennootschap is ontbonden via turboliquidatie. Verzoeker besluit tot herroeping wegens verplichtingen in verband met pensioenvoorzieningen. De rechtbank herroept de ontbinding. 18-11-2025
- Rechtbank Rotterdam Kort geding van werknemer tegen drie niet verschenen gedaagden over samengevat loondoorbetaling, vakantietoeslag en aanmelding bij pensioenfonds schoonmaak. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe. 18-11-2025
- Rechtbank Limburg Geschil tussen werkgever en werknemer. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van ernstig verwijtbaar ontslag. Zij kent transitie- en billijke vergoeding toe. Bij de billijke vergoeding houdt de rechtbank rekening met de pensioenschade. 05-11-2025
Antillen
Uitspraken zonder ECLI
- College voor de Rechten van de Mens Het CRM beoordeelt het verzoek van een vereniging van gepensioneerden om te oordelen dat de spreidingstermijn van tien jaar bij ABN AMRO en het pensioenfonds verboden leeftijdsonderscheid oplevert. Het CRM oordeelt dat sprake is van indirect leeftijdsonderscheid omdat het hanteren van een spreidingstermijn van tien jaar over het algemeen betekent dat ouderen minder krijgen uit het overschot. Dat onderscheid is objectief gerechtvaardigd. Het College toetst terughoudend omdat het beleid dat dit onderscheid maakt tot stand is gekomen door sociale partners. Zij hebben een ruime beoordelingsmarge wat betreft het nemen van de beslissing over welke doelen zij nastreven en hoe ze dat doen. Met inachtneming van deze toets is er een goede reden voor het indirecte onderscheid, namelijk het bewerkstelligen van een evenwichtige verdeling van het pensioenvermogen onder de deelnemers in het kader van de transitie naar een nieuwe pensioenregeling. Het College acht de regeling passend en noodzakelijk omdat dit voornamelijk te maken heeft met de vaststelling dat geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de rechten van de ouderen of de gepensioneerden bij het hanteren van de spreidingstermijn van tien jaar. 2026-03-04
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Pensioenverzekering. Lifecycles. Zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. Onder controle brengen van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze tekort is geschoten. De vordering wordt afgewezen. 2026-03-25
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument meent dat hij recht heeft op onvoorwaardelijke indexering van zijn pensioenuitkeringen. Dit zou in het verleden zijn gegarandeerd door de pensioenuitvoerder. De commissie oordeelt dat deze stelling niet wordt onderbouwd door de consument en overigens ook geen steun vindt in het dossier. Uit alles blijkt, aldus de commissie, dat in de situatie van de consument sprake is van een voorwaardelijke toeslagverlening. De klacht van de consument is ongegrond en de vordering wordt afgewezen. 2026-03-25
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Geschil over vraag of uitkeringen mogen eindigen op 65 jaar in plaats van AOW-leeftijd. KIFID oordeelt dat de pensioenregeling uitging van de pensioenleeftijd van 65 jaar. Dit betekent dat zowel de vrijstelling van premiebetaling (en opbouw van het pensioen) als de uitkering van het WAO-aanvullingspensioen op deze leeftijd van de consument eindigt en niet op de leeftijd dat zijn AOW-uitkering ingaat. 2026-02-20
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument klaagt over de stopzetting van de uitkering onder zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO-aanvullingsrente terwijl hij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. De commissie oordeelt dat de verzekeraar de uitkering onder de verzekering mocht beëindigen toen de consument de leeftijd van 62,5 jaar had bereikt. De vorderingen van de consument worden afgewezen. 2026-03-04
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker gaat met vervroegd pensioen en kiest voor een hoog/laag-constructie. Tegelijkertijd wordt het pensioenfonds waar hij zijn pensioen opgebouwd heeft, pensioenfonds Deutsche Bank, geliquideerd. Er vindt hierdoor een collectieve waardeoverdracht plaats tussen pensioenfonds Deutsche Bank en Centraal Beheer APF. Bij deze waardeoverdracht deelt pensioenfonds Deutsche Bank mee dat de pensioenregeling ongewijzigd wordt voortgezet. Het pensioen bij Centraal Beheer APF valt toch lager uit. Pensioenfonds Deutsche Bank biedt gedeeltelijke compensatie voor dit nadeel. Verzoeker wil door Centraal Beheer APF gecompenseerd worden voor het resterende verschil. De geschillencommissie wijst deze vordering af. 2026-03-10
- Geschilleninstantie pensioenfondsen PFZW bericht verzoekster in een brief van 16 januari 2025 dat het verevend ouderdomspensioen per 15 mei 2025 wordt toegekend. Kort daarna bericht PFZW haar in een brief van 17 januari 2025 dat dit twee jaar later zal zijn omdat de ex-partner ervoor kiest om de ingangsdatum van het ouderdomspensioen uit te stellen. Verzoekster is van mening dat zij op de brief van 16 januari 2025 mocht vertrouwen en verzoekt de geschillencommissie om PFZW te verplichten haar recht op uitbetaling per 15 mei 2025 in te laten gaan. De geschillencommissie wijst het verzoek af. 2026-03-03