Naar boven ↑

Update

Nummer 3, 2026
Uitspraken van 1 april 2026 tot 28 april 2026
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 9, editie 3. Daarin vindt u een overzicht van 27 in maart 2026 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.

Uitspraken van de maand

Verplichtstelling niet van toepassing bij gekozen Luxemburgs recht en ontbreken hoger pensioenniveau verplichtstelling dan Luxemburgs pensioen, PR 2026-0095
Na terugverwijzing door de Hoge Raad beslecht het Hof Den Haag het geschil over de vraag of ondanks gekozen Luxemburgs recht en Luxemburgs pensioen de verplichtstelling van VLEP van toepassing is. Het hof oordeelt dat verplichtstellingsbesluiten niet tot de harde kern behoren en dus niet als voorrangsregel in de zin van artikel 9 Rome-I kunnen worden aangemerkt. Het hof onderzoekt vervolgens of het Nederlandse pensioenrecht een hoger beschermingsniveau biedt aan de Presta Meat-werknemers dan het Luxemburgse recht, zoals vereist onder artikel 8 Rome-I. Samengevat stelt het hof dat de pensioenopbouw in Luxemburg bij CNAP hoger is dan in Nederland bij VLEP voor de Presta Meat-werknemers. De verplichtstelling hoeft niet te worden toegepast op de werkgever (ECLI:NL:GHDHA:2026:155).

Spreidingstermijn tien jaar geen leeftijdsdiscriminatie werkgever en pensioenfonds, PR 2026-0120
Een van de eerste zaken over discriminatie wegens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel van de Wet toekomst pensioenen belandde bij het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Het CRM werd door een vereniging van gepensioneerden verzocht om te oordelen dat de spreidingstermijn van tien jaar bij ABN AMRO en het pensioenfonds verboden leeftijdsonderscheid opleverde. Het CRM oordeelt dat er sprake is van indirect leeftijdsonderscheid omdat het hanteren van een spreidingstermijn van tien jaar over het algemeen betekent dat ouderen minder krijgen uit het overschot. Dat onderscheid is objectief gerechtvaardigd. Het College toetst terughoudend omdat het beleid dat dit onderscheid maakt tot stand is gekomen door sociale partners. Zij hebben een ruime beoordelingsmarge wat betreft het nemen van de beslissing over welke doelen zij nastreven en hoe ze dat doen. Met inachtneming van deze toets is er een goede reden voor het indirecte onderscheid, namelijk het bewerkstelligen van een evenwichtige verdeling van het pensioenvermogen onder de deelnemers in het kader van de transitie naar een nieuwe pensioenregeling. Het College acht de regeling passend en noodzakelijk omdat dit voornamelijk te maken heeft met de vaststelling dat geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan de rechten van de ouderen of de gepensioneerden bij het hanteren van de spreidingstermijn van tien jaar (CRM 2026-34). 

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar klantenservice@boom.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hof

Rechtbank

Antillen

Uitspraken zonder ECLI