Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 9, editie 4. Daarin vindt u een overzicht van 27 in april 2026 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Projectontwikkelaar valt als dienstverlener onder werkingssfeer bouw, PR 2026-0121
Na terugverwijzing door de Hoge Raad oordeelt het Hof Den Haag over de vraag of een werkgever die projectontwikkelaar is, onder de werkingssfeer van de bouwfondsen valt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de onduidelijke werkingssfeerbepaling onvoldoende is om te oordelen dat de onderneming niet onder de werkingssfeer valt. Bij de uitleg van de werkingssfeerbepaling conform de cao-norm is doorslaggevend of het bedrijf van werkgeefster gericht is op dienstverlening voor of aan derden op het gebied van het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken c.q. bouwactiviteiten. Vast staat dat werkgeefster zelf geen fysieke bouwactiviteiten verricht maar dat betekent, anders dan werkgeefster lijkt te betogen, niet dat de werkingssfeerbepaling niet op haar van toepassing is. Het hof is van oordeel dat de activiteiten van werkgeefster ten doel hebben, of gericht zijn op, de totstandkoming en oplevering van een bouwwerk aan haar klanten (ECLI:NL:GHDHA:2026:494).
Onderneming die artikelen van kunststof vervaardigt, valt onder Bpf Vlakglas, PR 2026-0134
In een ander geschil over de vraag of een onderneming onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt, verzochten partijen de kantonrechter een oordeel te geven over de vraag hoe de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit van Pensioenfonds Vlakglas moet worden uitgelegd. Pensioenfonds Vlakglas stelt zich op het standpunt dat ondernemingen die artikelen van kunststof vervaardigen daar zonder meer onder vallen. Volgens verweerster vallen deze ondernemingen echter alleen onder de werkingssfeer als zij oorspronkelijk met hout werkten en later zijn overgestapt op kunststof. De kantonrechter is van oordeel dat de werkingssfeerbepaling zo moet worden uitgelegd dat een onderneming die artikelen van kunststof vervaardigt, onder de werkingssfeer valt en dat geen aanvullende voorwaarde daarvoor is dat deze onderneming eerst met hout werkte (ECLI:NL:RBMNE:2025:7914).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar klantenservice@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Amsterdam De kern van deze zaak betreft de vraag of InterXion werknemer op staande voet heeft mogen ontslaan wegens het weigeren van een training over discriminatie, intimidatie en een veilige werkomgeving. Het hof oordeelt dat in de gegeven omstandigheden het volgen van de training niet kwalificeert als een redelijke instructie in de zin van artikel 7:660 BW en dat het weigeren daarvan geen dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert. Het hof oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en stelt de billijke vergoeding vast op € 225.000 bruto. 28-04-2026
- Gerechtshof Den Haag Werknemer is in dienst getreden bij werkgever. Na twee jaar is hij op verzoek van de werkgever bij een zustervennootschap in de VS gaan werken. Bijna twintig jaar later is hij teruggekeerd naar Nederland om daar zijn werkzaamheden voort te zetten. Partijen twisten over het antwoord op de vraag of de (oorspronkelijke) werkgever al die tijd werkgever is gebleven. Het hof is – met de kantonrechter – van oordeel dat de stellingen van werkgever niet de conclusie rechtvaardigen dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend of met wederzijds goedvinden is geëindigd. Er zijn veel aanwijzingen dat de Nederlandse werkgever zich ook na 2001 als werkgever van werknemer is blijven gedragen. Er is sprake van ernstig verwijtbaar ontslag, zodat werknemer naast een transitievergoeding ook een billijke vergoeding toekomt. De werkgever moet laten weten of werknemer met terugwerkende kracht bij de pensioenuitvoerder kan worden aangemeld en zich anders uitlaten over de hoogte van de schade daarvan. 21-04-2026
- Gerechtshof Den Haag De arbeidsovereenkomst met werkneemster is op verzoek van werkgever door de kantonrechter ontbonden wegens verstoorde verhoudingen. Het ontslag was onder meer gebaseerd op een extern onderzoeksrapport. Het hof oordeelt dat het onderzoek onzorgvuldig en niet transparant was. Werkgever heeft vergaande beschuldigingen geuit en maatregelen genomen waardoor de positie van werkneemster – die een managementpositie had – onherstelbaar is aangetast. In hoger beroep is het terugdraaien van het ontslag niet aan de orde, wel wordt het verzoek van werkneemster om een billijke vergoeding toegewezen. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Het hof begroot de billijke vergoeding op een bedrag van € 80.000. 21-04-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer naar aanleiding van een reorganisatie. Het hof oordeelt dat werknemer zich te zeer heeft laten meeslepen in zijn onvrede en frustratie. Hij heeft zich te fors geuit met een verstoorde verhouding tot gevolg. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van een cumulatievergoeding. Er is onvoldoende gesteld voor pensioenschade of een pensioengat. 20-04-2026
- Gerechtshof Den Haag Geschil over de vraag of een werkgever onder de werkingssfeer valt van de bouwfondsen. Dit is de zaak na verwijzing door de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de onduidelijke werkingssfeerbepaling onvoldoende is om te oordelen dat de onderneming niet onder de werkingssfeer valt. Bij de uitleg van de werkingssfeerbepaling conform de cao-norm is doorslaggevend of het bedrijf van werkgeefster gericht is op dienstverlening voor of aan derden op het gebied van het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken c.q. bouwactiviteiten. Vast staat dat werkgeefster zelf geen fysieke bouwactiviteiten verricht maar dat betekent, anders dan werkgeefster lijkt te betogen, niet dat de werkingssfeerbepaling niet op haar van toepassing is. Het hof is van oordeel dat de activiteiten van werkgeefster ten doel hebben, of gericht zijn op, de totstandkoming en oplevering van een bouwwerk aan haar klanten. 31-03-2026
- Gerechtshof Amsterdam Werknemer, tevens bestuurder van werkgever, is vennootschapsrechtelijk en daarmee arbeidsrechtelijk ontslagen. Het hof is van oordeel dat aan het gegeven ontslag geen redelijke opzeggrond ten grondslag ligt en dat niet aan het herplaatsingsvereiste is voldaan. Daarnaast is het ontslag het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Het hof stelt de billijke vergoeding op grond van artikel 7:682 lid 3 BW vast op € 759.264 bruto en de transitievergoeding op € 251.784,39 bruto. 31-03-2026
- Gerechtshof Den Haag Geschil tussen werkgeefster en werknemer over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst op goede gronden is ontbonden. Werknemer heeft geen recht op een billijke vergoeding, nabetaling van pensioenbijdrage en achterstallig loon wegens verrekende studiekosten. 03-03-2026
- Gerechtshof Den Haag Het Hof Den Haag heeft op 26 februari 2025 overwogen dat uit de beschikking van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2022 volgt dat beslissingen over pensioenverevening worden aangehouden omdat de pensioendeskundigen nog niet gereed zijn met hun rapportages. In de eindbeschikking van het Hof Arnhem-Leeuwarden is bepaald hoe partijen met de pensioenverevening moeten omgaan. Het hof verstaat dat op de verzoeken ten aanzien van de pensioenvervening en de proceskosten niet meer behoeft te worden beslist. 12-11-2025
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Kort samengevat is het hof van oordeel dat de ernstige verwijtbaarheid van werkgeefster gelegen is in de manier waarop zij tijdens het proces van re-integratie met werkneemster is omgegaan. Het hoofd drukkerij had werkneemster, die had aangegeven dat zij gelet op de impact van de hele situatie had besloten zich ziek te melden en naar huis te gaan, gewoon ziek moeten melden. Werkgeefster heeft werkneemster, die aanzienlijke klachten had, vervolgens op ontoelaatbare wijze onder druk gezet door haar na het bezoek aan de bedrijfsarts mede te delen dat zij op het werk moet komen en een loonstop in het vooruitzicht te stellen. 04-09-2025
Rechtbank
- Rechtbank Noord-Holland In dit kort geding vordert een werknemer doorbetaling van loon en herstel van pensioen- en verzekeringsregeling(en). Werknemer stelt dat hij daarop aanspraak heeft na vernietiging van een vaststellingsovereenkomst wegens wederzijdse dwaling. De kantonrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat in een gewone procedure (een bodemprocedure) zal worden beslist dat de vaststellingsovereenkomst wegens wederzijdse dwaling buitengerechtelijk is vernietigd. Daarvan uitgaande duurt de arbeidsovereenkomst dus voort na 1 januari 2026. De gevorderde loondoorbetaling wordt daarom toegewezen (tot 1 januari 2027). Voor een veroordeling tot herstel van pensioen- en verzekeringsregeling(en) is geen plaats. In een kort geding kan alleen een voorlopig oordeel worden gegeven en geen definitieve uitspraak worden gedaan. De werkgever wordt wel veroordeeld tot aanmelding bij de pensioenuitvoerders en/of verzekeraars, met de mededeling dat in kort geding is geoordeeld dat aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden bepaald dat het dienstverband voortduurt. 28-04-2026
- Rechtbank Den Haag Uitzendkracht is ongeveer zeven jaren en vier maanden onafgebroken werkzaam geweest in de distributiecentra van Albert Heijn, voordat zijn inlening door Albert Heijn is stopgezet. Albert Heijn heeft hiermee misbruik gemaakt van de uitzendovereenkomst, omdat de inlening van de uitzendkracht langer heeft geduurd dan redelijkerwijs als tijdelijk is aan te merken en voor de duur van de inlening onvoldoende objectieve verklaring is gegeven. Als sanctie voor dit misbruik bepaalt de kantonrechter dat de uitzendkracht geacht moet worden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te hebben met Albert Heijn. Deze arbeidsovereenkomst is ingegaan na een onafgebroken periode van inlening van 36 maanden. Nevenverzoeken, waaronder wedertewerkstelling en betaling salaris en pensioenpremies, worden (grotendeels) toegewezen. 17-04-2026
- Rechtbank Oost-Brabant Verzoek aan de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen namens een ex-partner waarmee deze geacht wordt in te stemmen met het prijsgeven van pensioenaanspraken, is een vordering op grond van artikel 3:300 lid 1 BW die met een dagvaarding moet worden ingeleid. De rechtbank beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet, volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure en verwijst de zaak naar de rolzitting teneinde verweerster de gelegenheid te bieden haar stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen. 02-04-2026
- Rechtbank Midden-Nederland De PTT-werkneemsters hebben tijdens hun aanstelling bij PTT pensioen opgebouwd bij het Algemeen burgerlijk pensioenfonds (ABP). Na de privatisering van PTT hebben de fondsen de pensioenuitvoering van ABP overgenomen. Volgens de PTT-werkneemsters hebben de fondsen geen rekening gehouden met hun hogere pensioenaanspraak bij ABP en hun ABP-pensioen ten onrechte verminderd en hebben de fondsen hun ten onrechte ook geen samenlooptoeslag uitgekeerd, terwijl zij op grond van de ABP-wet daar wel recht op hebben. De belangrijkste conclusie is dat er geen sprake is van ‘Vermindering Vrouw’ zoals de gemachtigde van de PTT-werkneemsters stelt. Om deze reden worden de vorderingen van de PTT-werkneemsters afgewezen. De klachtplicht is niet geschonden. 01-04-2026
- Rechtbank Amsterdam Geschil tussen werkgever en werknemer over beëindiging arbeidsovereenkomst. Dat verzoeker zich bedreigend heeft uitgelaten naar een collega kan aan de hand van het dossier niet worden vastgesteld. De kantonrechter concludeert dat verweerder te snel en te lichtvaardig de conclusie heeft getrokken dat verzoeker niet kon worden geloofd toen hij de aantijgingen ontkende. Ook heeft verweerder te snel en te lichtvaardig besloten dat de verhoudingen onherstelbaar beschadigd waren. Door verzoeker op non-actief te stellen en vervolgens een interne e-mail te versturen dat verzoeker afscheid zou nemen, heeft verweerder een normalisering van de verhoudingen vrijwel onmogelijk gemaakt. Dit kan hem ernstig worden verweten. De kantonrechter kent een billijke vergoeding toe, zonder rekening te houden met pensioenschade. Weliswaar moet verzoeker maandelijks een bedrag van € 342,52 bruto aan pensioenpremie betalen voor een volledige pensioenopbouw, maar verweerder heeft er terecht op gewezen dat verzoeker een vergelijkbaar bedrag als werknemersbijdrage had moeten betalen als hij nog in dienst zou zijn geweest. 30-03-2026
- Rechtbank Amsterdam Echtscheiding bij verstek. De echtscheiding wordt uitgesproken. De rechtbank bepaalt dat de man huurder is van de woning aan [adres] vanaf twee maanden na de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. De man wordt opgelegd gegevens en bewijsstukken ten behoeve van pensioenverevening aan de vrouw te verstrekken. 25-03-2026
- Rechtbank Gelderland Partijen beëindigen na langdurige samenleving de relatie. De samenlevingsovereenkomst wordt opgezegd. De rechtbank gaat op verzoek over tot verdeling. De rechtbank gelast ten aanzien van het partnerpensioen dat partijen een formulier dan wel formulieren dienen te ondertekenen, zulks uiterlijk twee weken na dit vonnis, waarmee wordt afgezien van de bijzonder partnerpensioenaanspraken die door de ander zijn opgebouwd. 25-03-2026
- Rechtbank Rotterdam Eenzijdige wijziging eindloonregeling naar beschikbare premieregeling. Werknemer eist vervangende schadevergoeding vanwege niet nakomen eindloonregeling en subsidiair vervangende schadevergoeding vanwege niet nakomen compensatieregeling. De primaire eis wordt afgewezen vanwege verjaring. De subsidiaire eis wordt afgewezen omdat werkgever de compensatieregeling correct is nagekomen. 13-03-2026
- Rechtbank Den Haag Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Partijen zijn het in principe eens dat het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen vanaf het moment van verkrijging bij helfte verdeeld dient te worden. Nu niet precies bekend is wanneer de man zijn eerste pensioen heeft ontvangen en wat de exacte hoogte is, dient de man hierover inzicht te verschaffen. De rechtbank overweegt dat de man deze informatie binnen twee weken na de beschikkingsdatum aan de vrouw moet verstrekken. 06-03-2026
- Rechtbank Den Haag Eiseres en gedaagde waren van 1982 tot 2022 met elkaar getrouwd in gemeenschap van goederen. Zij zijn in 2022 uit elkaar gegaan en hebben toen afspraken gemaakt over de verdeling van hun vermogen. Die afspraken hebben zij opgenomen in een echtscheidingsconvenant. Daarin zijn eveneens afspraken gemaakt over de verdeling van pensioenaanspraken. Het gaat in deze zaak om de vraag of eiseres en gedaagde zijn gebonden aan die afspraken. Eiseres vindt dat zij in 2022 onvoldoende informatie had, dat gedaagde niet eerlijk is geweest, dat gedaagde hierdoor te veel heeft gekregen en dat hij eiseres daarom nu alsnog nog geld moet betalen. De rechtbank is het daar niet mee eens en wijst de vorderingen van eiseres af. 25-02-2026
- Rechtbank Den Haag Echtscheiding met nevenvoorzieningen. De rechtbank acht zich niet bevoegd ten aanzien van de kinderen. De rechtbank wijst kinderalimentatie toe en partneralimentatie af. Nederlands recht is van toepassing op het huwelijksvermogen. Het pensioen dient te worden verevend. 24-02-2026
- Rechtbank Midden-Nederland Partijen hebben de kantonrechter gevraagd een oordeel te geven over de vraag hoe de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit van Pensioenfonds Vlakglas moet worden uitgelegd. Pensioenfonds Vlakglas stelt zich op het standpunt dat ondernemingen die artikelen van kunststof vervaardigen daar zonder meer onder vallen. Volgens verweerster vallen deze ondernemingen echter alleen onder de werkingssfeer als zij oorspronkelijk met hout werkten en later zijn overgestapt op kunststof. De kantonrechter is van oordeel dat de werkingssfeerbepaling zo moet worden uitgelegd dat een onderneming als verweerster, die artikelen van kunststof vervaardigt, onder de werkingssfeer valt en dat geen aanvullende voorwaarde daarvoor is dat deze onderneming eerst met hout werkte. 31-12-2025
- Rechtbank Midden-Nederland Werkneemster vordert verklaring voor recht dat arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, omdat beroep van werkgeefster op de ontbindende voorwaarde ongeldig is. Daarom maakt zij aanspraak op doorbetaling van loon en overige vergoedingen. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat verdere samenwerking niet meer mogelijk is. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, de kantonrechter kent een billijke vergoeding toe. Vast staat dat werkgeefster pensioen moet afdragen, maar onduidelijk is of zij onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds valt. Werkgeefster krijgt gelegenheid dit nader te onderbouwen, waarna de beslissing wordt aangehouden. 17-12-2025
Antillen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Dit geding betreft de pensioenregeling van een directeur van een bankinstelling. De bankinstelling vordert betaling van (volgens haar) achterstallige eigen bijdrage aan pensioenpremie. Het Gerecht heeft de vordering gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen wegens verjaring. Het Hof komt tot dezelfde uitkomst. 21-04-2026
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Ontbinding van arbeidsovereenkomst van werkneemster die de gepensioneerde leeftijd reeds heeft bereikt. Het gerecht oordeelt dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en kent werkneemster, hoewel zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft, een billijke vergoeding toe van vijf maandsalarissen. 17-03-2026
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Geschil over de vraag of Arubaanse arbeidscontractante in aanmerking komt voor pensioenuitkering. 02-03-2026
Uitspraken zonder ECLI
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker bouwt pensioen op bij Mitt. Mitt beoogt WTP-transitie (aanvang uitvoering nieuwe pensioenregeling en invaren) per 1 april 2026. Verzoeker overweegt baanwissel en eventueel waardeoverdracht. Om deze keuzes te maken stelt verzoeker inhoudelijke vragen aan Mitt. De antwoorden roepen bij verzoeker vervolgvragen op, die Mitt niet beantwoordt. Verzoeker vraagt de geschillencommissie Mitt te verplichten de vervolgvragen te beantwoorden. De commissie verklaart zich bevoegd en doet een tussenuitspraak waarin verzoeker wordt verzocht de rechtsgrond van zijn vordering te specificeren. 2026-03-30
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker heeft achtereenvolgens pensioenaanspraken opgebouwd bij pensioenfonds NN CDC en bij BeFrank PPI (‘BeFrank’). Bij BeFrank bouwde hij als laatste pensioen op. Als verzoeker met pensioen gaat, wil hij de bij BeFrank opgebouwde pensioenaanspraken overdragen aan NN CDC. Aanvankelijk wordt hem medegedeeld dat dit mogelijk is, maar later wordt deze mededeling teruggedraaid. NN CDC weigert de waardeoverdracht omdat het een gesloten fonds is. Verzoeker wil dat de overdracht alsnog plaatsvindt. De geschillencommissie wijst zijn verzoek af. 2026-04-23