Naar boven ↑

Update

Nummer 5, 2026
Uitspraken van 22 mei 2026 tot 10 juni 2026
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 9, editie 5. Daarin vindt u een overzicht van zestien in mei 2026 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.

Uitspraken van de maand

Zonder hoofdzakelijkheidscriterium ondergrens voor werkgever met activiteiten op verwaarloosbare schaal, PR 2026-0148
De Hoge Raad heeft zich uitgelaten over het geschil over de vraag of een werkgever met beperkte MITT-activiteiten onder de werkingssfeer valt. Dat een verplichtstellingsbesluit niet met zoveel woorden voorziet in een hoofdzaakcriterium of een ander vereiste voor de omvang van de activiteiten die bepalend zijn voor de werkingssfeer van de verplichtstelling, staat er niet aan in de weg dat het met toepassing van de cao-norm aldus wordt uitgelegd dat het voor die omvang wel enige ondergrens inhoudt. Daartoe bestaat in een geval als hier aan de orde aanleiding, gelet op de onaannemelijkheid van de rechtsgevolgen van een uitleg die zou meebrengen dat geen enkele ondergrens geldt. Het ontbreken van enige ondergrens zou er immers toe leiden dat ondernemingen die vrijwel uitsluitend activiteiten verrichten die niets van doen hebben met de desbetreffende bedrijfstak, toch worden aangemerkt als werkgever in de zin van het verplichtstellingsbesluit. Niet als werkgever kan worden aangemerkt de onderneming die in verhouding tot haar totale activiteiten, omzet, loonsom en/of arbeidsuren slechts op verwaarloosbare schaal activiteiten verricht zoals genoemd in het verplichtstellingsbesluit. De Hoge Raad casseert het arrest en verwijst terug naar een ander hof (ECLI:NL:HR:2026:795).

Werkgever mocht eigen pensioenregeling aanbieden bij ovo: geen misbruik van recht, PR 2026-0152
Deze zaak ging over de vraag of de verkrijger na overgang van onderneming (ovo) binnen een concern de eigen pensioenregeling mocht toepassen op grond van artikel 7:664 lid 1 onder a BW of de oude pensioenregeling (middelloon) moest voortzetten. De bonden stelden in deze door hen ingestelde collectieve actie dat sprake was van een misbruikconstructie met als doel om de gunstige middelloonregeling die gold voor circa 800 medewerkers om te zetten naar een inferieure pensioenregeling althans een van beduidend mindere kwaliteit. Het hof volgt de bonden niet in hun standpunt. Het enkele feit dat een aangeboden pensioenregeling een materiële verslechtering is ten opzichte van de voor de overgang van onderneming geldende regeling, is op zichzelf onvoldoende om tot het oordeel te komen dat er sprake is van misbruik van recht. Bovendien kan niet worden geoordeeld dat er sprake is van een inferieure regeling, doordat de nieuwe doorsneeregeling ook voordelen met zich brengt (zoals een lagere premie en dus een hoger nettoloon). De bonden hebben de door hen gestelde verslechtering onvoldoende onderbouwd, gelet op de door XPO III overgelegde verklaringen van pensioenadviseurs WTW en Edmond Halley. Uit hun verklaringen en calculaties op basis van de werknemerspopulatie volgt dat de nieuwe regeling een verbetering is voor werknemers jonger dan 32 jaar (ECLI:NL:GHSHE:2026:105).

OR kan indexatieafspraak voorleggen aan rechter; werkgever handelt in strijd met goed werkgeverschap door niet aanvullend indexatie te financieren, PR 2026-0155
In 2005 hebben de ondernemingsraad en ExxonMobil een afspraak gemaakt over indexatie van de pensioenen van de gepensioneerden. Volgens de schriftelijke afspraken is een voorwaardelijke indexatie afgesproken, met de ambitie om jaarlijks te verhogen met 90% van de afgeleide consumentenprijsindex (CPI) tot maximaal de loonsverhoging van de actieven. Daarnaast is afgesproken dat de onderneming in bijzondere omstandigheden kan besluiten extra geld voor indexatie ter beschikking te stellen.

De OR kan op grond van artikel 36 lid 2 WOR een kwestie over naleving van een pensioenindexatie-afspraak aan de kantonrechter voorleggen. De werkgever handelde volgens de kantonrechter in strijd met eerder gemaakte afspraken met de OR en in strijd met goed werkgeverschap, door in de gegeven omstandigheden geen aanvullende financiering voor indexatie beschikbaar te stellen voor gepensioneerden. De kantonrechter is van oordeel dat er over de jaren 2021 tot en met 2024 aanleiding was om aanvullende compensatie ter beschikking te stellen voor de indexatie van de gepensioneerden (ECLI:NL:RBROT:2026:5176).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar klantenservice@boom.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

Centrale Raad van Beroep

Antillen

Uitspraken zonder ECLI