Bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor achterstallige verplichtingen jegens werkneemster; niet voor pensioenpremies
Werkneemster (appellante) is op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst geweest van Royprop Amsterdam B.V. Verweerder was enig (middellijk) bestuurder. Bij beschikking van 22 augustus 2019 is Royprop Amsterdam B.V. door de kantonrechter veroordeeld tot betaling aan appellante van diverse bedragen, verschuldigd op grond van de arbeidsovereenkomst. Zij biedt echter geen verhaal. Appellante heeft verweerder aangesproken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Het hof wijst de vorderingen gedeeltelijk toe. Indien een liquidatiebesluit is genomen en er onvoldoende middelen zijn om schuldeisers te voldoen, staat het de bestuurder van een vennootschap niet langer vrij aan de vennootschap gelieerde schuldeisers met voorrang te voldoen, tenzij die betaling door bijzondere omstandigheden wordt gerechtvaardigd. Een wettelijke grondslag op grond waarvan een bestuurder betalingsonmacht moet melden aan werknemers en bij het nalaten daarvan persoonlijk voor de pensioenverplichtingen aansprakelijk is, ontbreekt. Voor aansprakelijkheid van verweerder op dit punt bestaat geen basis.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 30-04-2024