Voor vrouw nadelige wijziging huwelijkse voorwaarden en vaststellingsovereenkomst, waaronder nadelige pensioengevolgen, is nietig
Partijen zijn gehuwd na het maken van huwelijkse voorwaarden. Deze zaak na verwijzing gaat over de vraag of de wijzigingen van die huwelijkse voorwaarden in 2009 en in 2016 en de in dat verband in 2009 gesloten vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Tussen partijen is in geschil of de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden dient te geschieden volgens de eerste huwelijkse voorwaarden uit 1997 dan wel volgens de nadien gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de gesloten vaststellingsovereenkomst. De man mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de wil van de vrouw gericht was op de rechtsgevolgen van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de met de eerste wijziging verband houdende vaststellingsovereenkomst. De wijziging huwelijkse voorwaarden d.d. 3 maart 2009, de daarmee samenhangende vaststellingsovereenkomst, alsmede de wijziging huwelijkse voorwaarden d.d. 13 juni 2016 zijn nietig. De afwikkeling huwelijkse voorwaarden dient te geschieden conform de akte huwelijkse voorwaarden van 7 mei 1997.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 26-02-2026